Een spel spelen, een sport beoefenen of als toeschouwer aandachtig toekijken zonder te weten hoe de spelregels zijn, dat kan natuurlijk niet. Vandaar dat op deze pagina de spelregels in het kort worden uitgelegd.

Hoe wordt pétanque gespeeld?

  1. U speelt tête-à-tête (individueel, 1 tegen 1), doublette (2 tegen 2) of triplette (3 tegen 3). Bij tête-à-tête en doublette gebruikt elke speler 3 boules, bij triplette 2 boules.
  2. Wie de toss wint bepaalt waar er wordt gespeeld en maakt een werpcirkel op de grond met een doorsnede tussen de 35 en 50 cm. Als u gooit moeten de beide voeten binnen de werpcirkel op de grond blijven.
  3. De beginnende speler werpt het but uit tussen de 6 en 10 meter en minstens 1 meter van een obstakel.
  4. De eerste speler probeert een boule zo dicht mogelijk bij het but te plaatsen.
  5. Vervolgens probeert een speler van de andere partij een boule dichter bij het but te plaatsen of een boule van de tegenstander die "op punt" ligt, te schieten.
  6. Daarna moet de partij, waarvan de boule niet op punt ligt, net zo lang gooien totdat dat wel zo is.
  7. Als een partij geen boules meer heeft, kan de tegenpartij proberen nog meer boules beter te plaatsen.
  8. Als alle boules gespeeld zijn, krijgt de winnende partij net zoveel punten als het aantal boules dat beter ligt dan de beste boule van de tegenpartij.
  9. Degene die een speelronde wint, werpt als eerste het but weer uit.
  10. De partij die het eerst 13 punten heeft gemaakt, is winnaar.

Veel plezier!!!

Het NJBB publiceert het Reglement voor de Petanquesport, dat het internationaal spelreglement per 1 maand 2017 vervangt. Goed om het eens grondig door te nemen...

De vaak bekeken artikelen over het terugleggen van butjes en boules zijn verwijderd van de website, omdat ze niet meer de juiste informatie geven.


Het overkomt iedereen weleens: tijdens een partij speelt iemand per ongeluk of expres, een boule die niet geworpen had mogen worden. Het was de beurt van de andere equipe. Wat zegt het internationaal spelreglement petanque (ISP) hierover?

Internationaal Spelreglement Petanque 3-12 Versie 1.0

"Tijdens het werpen van boules moeten de voeten van de speler binnen de cirkellijn blijven (zij mogen deze niet deels bedek-ken); zij mogen de werpcirkel niet verlaten of geheel van de grond komen vóór de geworpen boule de grond raakt. Geen ander lichaamsdeel mag de grond buiten de werpcirkel raken.

Bij wijze van uitzondering (!) mogen zij, die het gebruik van een been mis-sen, met slechts één voet binnen de werpcirkel plaatsnemen."

Ton Trijsburg

Bijdrage van Ton Trijsburg:

Naar aanleiding van enige discussie binnen de vereniging rond het onderwerp onreglementair gegooide boules is het volgende artikel van de hand van Leen van Aalsburg wellicht interessant om eens te lezen.


De hardheid

Een zachte boule zal minder opstuiten op een harde ondergrond en ook minder terugstuiten bij het maken van een voltreffer (wat een groot voordeel is in het spel). Maar zo'n boule 'tekent' wel sneller (vertoont eerder gebruikssporen) door het contact met de grond en andere boules. Daarentegen is een harde boule meer geschikt voor zachte terreinen en heeft die daarnaast een langere levensduur. Boules met de hardheid + zijn ideaal voor aanvallend ingestelde spelers. 

Uit het Boules Bulletin 2012 nr. 5

De push: door meer spieraanzet in beide benen wordt de balvoering makkelijker. In tegenstelling tot de techniek die we tot nu toe hanteerden, worden nu beide benen actief opgesteld. Was het eerst zo dat de voeten ‘tien voor twaalf’ stonden (voor spelers die links werpen ‘tien over twaalf’), nu staat de ‘andere voet’ ontspannen parallel. 

Bij de techniek waar het ‘tien voor twaalf’ gold werd uitgegaan van een gewichtsverplaatsing, van achteren naar voren, van de linker naar de rechtervoet. 

Nu wordt uitgegaan van een spieraanzet van horizontaal naar verticaal. Het bovenlichaam is licht naar voren gebogen en de benen iets meer doorgezakt. De energie die hiervoor voornamelijk uit de achterzwaai kwam, wordt nu gedeeltelijk overgenomen door de PUSH (het oprichten van beide benen). De worp krijgt meer snelheid. Vooral bij het tireren is dat een voordeel omdat de controle meer wordt beheerst. 

Topspelers uit Nederland hebben inmiddels hier baat bij gevonden en na vele uren trainen hebben zij hun niveau verbeterd.

Frans Roos

Aanvullende gegevens