Spelregels pétanque

Een spel spelen, een sport beoefenen of als toeschouwer aandachtig toekijken zonder te weten hoe de spelregels zijn, dat kan natuurlijk niet. We leggen de spelregels in het kort uit.

Hoe wordt pétanque gespeeld?

  • U speelt tête-à-tête (individueel, 1 tegen 1), doublette (2 tegen 2) of triplette (3 tegen 3). Bij tête-à-tête en doublette gebruikt elke speler 3 boules, bij triplette 2 boules.
  • Wie de toss wint bepaalt waar er wordt gespeeld en maakt een werpcirkel op de grond met een doorsnede tussen de 35 en 50 cm. Als u gooit moeten de beide voeten binnen de werpcirkel op de grond blijven.
  • De beginnende speler werpt het but uit tussen de 6 en 10 meter en minstens 1 meter van een obstakel.
  • De eerste speler probeert een boule zo dicht mogelijk bij het but te plaatsen.
  • Vervolgens probeert een speler van de andere partij een boule dichter bij het but te plaatsen of een boule van de tegenstander die “op punt” ligt, te schieten.
  • Daarna moet de partij, waarvan de boule niet op punt ligt, net zo lang gooien totdat dat wel zo is.
  • Als een partij geen boules meer heeft, kan de tegenpartij proberen nog meer boules beter te plaatsen.
  • Als alle boules gespeeld zijn, krijgt de winnende partij net zoveel punten als het aantal boules dat beter ligt dan de beste boule van de tegenpartij.
  • Degene die een speelronde wint, werpt als eerste het but weer uit.
  • De partij die het eerst 13 punten heeft gemaakt, is winnaar.

Veel plezier!

Wissel per speelronde
Het is in alle divisies van de NPC mogelijk om per wedstrijd één keer per speelronde te wisselen. De optie om te wisselen biedt alle teams meer flexibiliteit.

Let op artikel 7.3
Deze regel is gebaseerd op speelterreinen met afgebakende banen. Dan heb je per baan twee ‘kopse’ kanten (de korte kanten) en twee ‘zijkanten’ (de lange kanten). In die situatie geldt in principe géén minimumafstand tot de lijnen aan de zijkant van de baan, ook niet als dat verlieslijnen zijn. Voor de kopse kanten geldt een afstand van 50 cm.

Het RPS regelt echter niet hoe dat zit als een speelveld niet is verdeeld in afgebakende banen. Op zo’n speelveld kan in principe alle kanten op gespeeld worden, en zijn er geen ‘kopse kanten’ of ‘zijkanten’.
De reglementencommissie heeft – in lijn met de richtlijnen voor scheidsrechters op Europees niveau – bepaald dat in die situatie, dus als gespeeld wordt op een speelveld zonder afgebakende banen (maar wel aan alle kanten omsloten door een verlieslijn) voor alle verlieslijnen de minimumafstand van 50 cm geldt bij het uitwerpen van het but.

Kijk voor verdere uitleg van de spelregels